A.F. BELASTINGADVISEURS 

Voor al uw fiscale advisering, administratieve en juridische dienstverlening

Wwft


In juni 2004 werd de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT) van toepassing op vrije beroepsbeoefenaars, waaronder accountants en belastingadviseurs. Sindsdien bestaat de verplichting cliënten te identificeren op een wettelijk voorgeschreven wijze.


Per 1 augustus 2008 werd de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna Wwft) van kracht. Deze wet vervangt de wet WID/MOT. De Wwft is ingesteld om het witwassen en helen van geld en het financieren van terrorisme tegen te gaan. Bovendien ziet de overheid dit als een belangrijk middel in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en terrorisme.


De identificatie en verificatie van natuurlijke personen in het kader van de Wwft die zelf cliënt zijn, moet in persoon geschieden aan de hand van een origineel identiteitsbewijs. Naast identificatie moet het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie worden vastgesteld. Dat blijkt meestal voldoende uit de opdracht. Voorts dient een ‘voortdurende’ controle op de relatie plaats te vinden.


Het gevolg van de identificatieplicht is dat uw identiteit ‘zwart op wit’ moet staan. Ook als u al een jarenlange relatie met ons kantoor heeft. In de meeste gevallen zullen wij u vragen om uw identiteitsbewijs en daarvan een kopie maken. Ook de uiteindelijke belanghebbende of Ultimate Beneficial Owner (UBO) moet worden geïdentificeerd. Indien u een in Nederland gevestigde rechtspersoon vertegenwoordigt, zullen wij u ter verificatie vragen om een uittreksel van de Kamer van Koophandel of een akte van de notaris. In deze documenten moeten de identificatiegegevens staan van de personen (bestuurders) die handelen namens de vennootschap.


Ongebruikelijke transacties moeten wij bekendmaken bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL) in Zoetermeer. Dit meldpunt bepaalt of er een nader onderzoek ingesteld moet worden. Ongebruikelijke transacties zijn bijvoorbeeld betalingen die in verband met witwassen aan de politie of justitie worden gemeld of € 15.000 of meer in contanten of met soortgelijke betaalmiddelen aan of via tussenkomst van ons of transacties die naar ons oordeel aanleiding geven tot het vermoeden van witwassen of financieren van terrorisme.


Wij zijn dus als kantoor verplicht bepaalde contante transacties maar ook een ‘vermoeden van witwassen of financieren van terrorisme’ te melden. Een vermoeden baseren wij niet zuiver en alleen op subjectieve elementen, wij hebben daarvoor een lijst met indicatoren tot onze beschikking, die gebaseerd zijn op bekende constructies die witwassers of financiers van terrorisme over het algemeen toepassen.


Wij hopen dat wij u hiermee voldoende hebben geïnformeerd betreffende de Wwft. Heeft u nog vragen, neemt u dan gerust contact met ons op. We zijn u graag van dienst.


Met vriendelijke groet,


A.F. Belastingadviseurs B.V.

Brochure beleid A.F. Administratiekantoor voor het cliëntenonderzoek ingevolge de

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna Wwft)

Inhoud:

1.Algemeen

1.Cliëntenonderzoek

2.1. Algemeen

2.2. Cliënt/natuurlijk persoon

2.3. Cliënt/rechtspersoon

2.4. Cliënt/trustee

2.5. Cliënt/personenvennootschap

2.6. Vaststellen doel en aard van de beoogde relatie

2.7. Monitoring

3. Vereenvoudigd cliëntenonderzoek

4. Verscherpt onderzoek

4.1. Schematische weergave

4.2. Toelichting criteria m.b.t. cliënt, zakelijke relatie of transactie en land van vestiging

4.3. PEP status

4.4. Schematische weergave vormgeving onderzoek

4.5. Monitoring

5. Procedure interne melding mislukt cliëntenonderzoek en interne melding ongebruikelijke transactie

6. Voorbeelden

1. Algemeen

De Wwft eist dat ons kantoor een cliëntenonderzoek instelt alvorens in of vanuit Nederland een “zakelijke relatie” aan te gaan met een nieuwe cliënt dan wel een incidentele “transactie” of meerdere met elkaar verband houdende transacties van ten minste € 15.000,- te verrichten voor een nieuwe cliënt.

Het cliëntenonderzoek dient risico georiënteerd te zijn, d.w.z. dat de intensiteit van het cliëntenonderzoek wordt afgestemd op het risico dat een bepaald type cliënt, relatie, product of transactie oplevert.

In het onderhavige beleid voor het cliëntenonderzoek ingevolge de Wwft wordt invulling gegeven aan dit begrip “risico georiënteerd”. Dit risicobeleid is afgestemd op de organisatie van ons kantoor en haar cliënten. Binnen ons kantoor is de Directie aangewezen om de naleving van de Wwft te bewerkstelligen.

2. Cliëntenonderzoek

2.1. Algemeen

Wij bepalen bij elke dienst die ons kantoor verleent of deze dienst onder de reikwijdte van de Wwft valt. Diensten die onder de Wwft vallen zijn onder meer werkzaamheden op fiscaal en administratief gebied. De Wwft is niet van toepassing wanneer:

- voor een cliënt werkzaamheden worden verricht betreffende de bepaling van diens rechtspositie;

- voor een cliënt werkzaamheden worden verricht betreffende diens vertegenwoordiging in rechte;

- aan cliënt advies wordt gegeven voor, tijdens en na een rechtsgeding;

- aan cliënt advies wordt gegeven over het instellen of vermijden van een rechtsgeding;

- indien een eerste verkennend gesprek wordt gevoerd met een (potentiële) cliënt;

- voor een cliënt eenvoudige aangiften voor de inkomstenbelasting en aangiften in het kader van de

Successiewet 1956 worden ingevuld.

In het eerste verkennend gesprek dat wij voorafgaand aan de dienstverlening voeren, kunnen wij meestal al bepalen of de gevraagde dienst onder de reikwijdte van de Wwft valt. Is de Wwft van toepassing dan zullen wij het cliëntenonderzoek uitvoeren (zie hierna) en eventuele ongebruikelijke transacties melden bij de FIU-Nederland. Is de Wwft niet van toepassing dan is het uitvoeren van een cliëntenonderzoek niet nodig en mag een eventuele ongebruikelijke transactie niet gemeld worden bij de FIU-Nederland.

2.2. Cliënt/natuurlijk persoon

Het cliëntenonderzoek wat betreft identificatie en verificatie van een cliënt/natuurlijk persoon kan als volgt worden weergegeven:

Binnenlandse of buitenlandse cliënt

Identificatie door middel van: voorna(a)m(en), achternaam, geboortedatum, adres, woonplaats of plaats van vestiging (i.g.v. een onderneming van een natuurlijk persoon).

Treedt cliënt voor zichzelf op?

Nationaliteit (t.b.v. het bepalen of een PEP-check noodzakelijk is).

Naast bovenstaande gegevens dienen de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd te worden vastgelegd.

Verificatie door middel van: documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron; geldig paspoort, geldige Nederlandse identiteitskaart, geldige identiteitskaart die is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder, geldig Nederlands rijbewijs, geldig rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat en is voorzien van een pasfoto en de naam van de houder, reisdocumenten voor vluchtelingen en vreemdelingen.

Bij een standaard cliëntenonderzoek dient verificatie van de identiteit in persoon plaats te vinden. Vindt de identificatie niet in persoon plaats dan is een verscherpt onderzoek noodzakelijk.

Vertegenwoordiger

Identificatie door middel van: voorna(a)m(en), achternaam, geboortedatum, adres, woonplaats of plaats van vestiging.

Bevoegdheid tot vertegenwoordiging

Naast bovenstaande gegevens dienen de aard, het nummer en de datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd te worden vastgelegd.

Verificatie door middel van: Documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Verificatie is vormvrij.

2.3. Cliënt/rechtspersoon

Het cliëntenonderzoek wat betreft identificatie en verificatie van een cliënt/rechtspersoon kan als volgt worden weergegeven:

A. Nederlandse rechtspersoon of buitenlandse rechtspersoon met vestiging in Nederland

Identificatie door middel van: rechtsvorm, statutaire naam, handelsnaam, vestigingsadres (adres, postcode, plaats), statutaire zetel, registratienummer KvK.

Verificatie door middel van: uittreksel uit het handelsregister, akte of verklaring opgemaakt onderschei-denlijk afgegeven door een in Nederland of een andere lidstaat gevestigde advocaat, notaris, kandidaat-notaris of een hiermee vergelijkbare, onafhankelijke beoefenaar van een juridisch beroep, statuten van een vereniging van eigenaars die deel uitmaken van het reglement van de akte van splitsing. Voor kerken gelden aparte regels.

B. Buitenlandse rechtspersoon, niet in Nederland gevestigd

Identificatie door middel van: rechtsvorm, statutaire naam, vestigingsadres (adres, postcode, plaats) en/of andere identificerende gegevens.

Verificatie door middel van: betrouwbare en in het internationale verkeer gebruikelijke documenten, gegevens of inlichtingen uit onafhankelijke bron, gegevens rechtsreeks verkregen van een business information service zoals Dun & Bradstreet voldoen aan dit criterium of documenten, gegevens of inlichtingen die bij de wet als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst.

C. Vertegenwoordiger van rechtspersoon

Identificatie door middel van: voorna(a)m(en), achternaam, geboortedatum, bevoegdheid vertegenwoor-diging.

Verificatie door middel van: Documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Zie hiervoor C. Verificatie vertegenwoordigingsbevoegdheid kan veelal d.m.v. uittreksel handelsregister. N.B. Verificatie is vormvrij.

Ultimate Beneficial Owner

Identificatie door middel van: Voorna(a)m(en)en/of initialen, achternaam, adres of geboortedatum en plaats of andere unieke combinatie van gegevens, woonplaats/nationaliteit (t.b.v. het bepalen of een PEP-check noodzakelijk is).

Verificatie door middel van: Verificatie vindt plaats op basis van risico analyse. Bij een laag risico kan volstaan worden met een door de cliënt ondertekende verklaring met betrekking tot de identiteit van de UBO(‘s). Eventueel kan dit aangevuld worden met een onderzoek via internet.

2.4. Cliënt/trustee

Het standaard cliëntenonderzoek wat betreft identificatie en verificatie van een cliënt/trustee (in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de begrippen trust, trustee en insteller verstaan: hetgeen daaronder in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Tbr. 1985, 141) wordt verstaan kan als volgt worden weergegeven:

Trustee

Identificatie door middel van: indien natuurlijk persoon zie schema 2.2., indien rechtspersoon zie 2.3.

Bevoegdheid te handelen als trustee

Verificatie door middel van: Verificatie identiteit vindt plaats op basis van risico analyse.

Indien natuurlijk persoon zie schema 2.2., indien rechtspersoon zie 2.3.

Informatie over de trustee, instellers/settlors, begunstigden en bevoegdheden kan worden gevonden in de trustakte.

Settlor/Insteller

Identificatie door middel van: Indien natuurlijk persoon zie schema 2.2., indien rechtspersoon zie 2.3.

Verificatie door middel van: Verificatie identiteit vindt plaats op basis van risico analyse.

Indien natuurlijk persoon zie schema 2.1., indien rechtspersoon zie 2.3.

Informatie over de trustee, instellers/settlors, begunstigden en bevoegdheden kan worden gevonden in de trustakte.

Ultimate Beneficial Owner

Identificatie door middel van: Zie schema 2.3. Ultimate Beneficial Owner

Verificatie door middel van: Verificatie vindt plaats op basis van risico analyse.

Zie schema 2.3. Ultimate Beneficial Owner.

Informatie over de trustee, instellers/settlors, begunstigden en bevoegdheden kan worden gevonden in de trustakte.

2.5. Cliënt/personenvennootschap

Het cliëntenonderzoek wat betreft identificatie en verificatie van een cliënt/personenvennootschap (maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, of een daarmee vergelijkbare vennootschap naar buitenlands recht) kan als volgt worden weergegeven:

Vennoten en personen bevoegd inzake het beheer

Identificatie door middel van: indien natuurlijk persoon zie schema 2.2., indien rechtspersoon zie 2.3.

Hoedanigheid van vennoot

Verificatie door middel van: Verificatie identiteit niet noodzakelijk, tenzij het om een ‘UBO’ gaat (zie aldaar).

Verificatie hoedanigheid vennoot vindt plaats op basis van risico analyse.

Vertegenwoordiger

Identificatie door middel van: Zie schema 2.3. vertegenwoordiger

Verificatie door middel van: Zie schema 2.3. vertegenwoordiger.

Ultimate Beneficial Owner

Definitie Wwft van een UBO bij een personenvennootschap: de natuurlijke persoon die:

1. bij ontbinding van de personenvennootschap recht heeft op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent;

2. recht heeft op een aandeel in de winsten van de personenvennootschap van meer dan 25 procent;

3. bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de personenvennootschap of ter zake van de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer, meer dan 25 procent van de stemmen kan uitoefenen voor zover in die overeenkomst besluitvorming bij meerderheid van stemmen is bedongen; of

4. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen over de personenvennootschap.

Identificatie door middel van: Zie schema 2.3. Ultimate Beneficial Owner

Verificatie door middel van: Verificatie vindt plaats op basis van risico analyse.

Zie schema 2.3. Ultimate Beneficial Owner.

Bij een commanditaire vennootschap dient onderzocht te worden of zich onder de commanditaire (stille) vennoten UBO’s bevinden. Gewoonlijk is een vennootschapscontract gesloten waarin de benodigde informatie gevonden kan worden.

2.6. Vaststelling doel en aard van de beoogde relatie

De Wwft eist de vaststelling van het doel en de aard van de beoogde relatie. Beiden zullen vrijwel altijd al duidelijk zijn gezien de dienstverlening die van ons kantoor wordt gevraagd en die veelal wordt vastgelegd.

2.7. Monitoring

Indien een zakelijke relatie bestaat met een cliënt, dient deze cliënt, zijn handelwijze, de zeggenschaps- of eigendomsstructuur, vermogenssituatie, zakenrelatie en familierelaties (indien van toepassing) e.d. regelmatig gemonitord te worden op veranderingen in het risicoprofiel. Deze monitoring dient met name plaats te vinden door degenen die de cliënt bedienen en zal worden opgeborgen in het permanent dossier (map Wwft.ubo.alg).

3. Vereenvoudigd cliëntenonderzoek

De Wwft maakt een vereenvoudigd onderzoek mogelijk onder de voorwaarden dat:

  • er geen aanwijzingen zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme;
  • er geen verplichting is tot het verrichten van verscherpt cliëntenonderzoek;
  • er geen verplichting is tot het nemen van bijzondere maatregelen.
  • Omdat ons kantoor in hoofdzaak geen werkzaamheden voor instellingen verricht, die zijn geregistreerd bij DNB dan wel AMF of overheidsinstellingen, die onder deze categorie vallen, laten wij een toelichting achterwege. Omdat het niet eenvoudig kenbaar is of een cliënt hiervoor in aanmerking komt, wordt het vereenvoudigd cliëntenonderzoek in deze gevallen gedaan in overleg met en met toestemming van de Directie van ons kantoor.

4. Verscherpt onderzoek

In een aantal gevallen dient verscherpt onderzoek verricht te worden. Dit is deels expliciet voorgeschreven in de Wwft en deels overgelaten aan het risicobeleid van ons kantoor.

4.1. Schematische weergave

In de volgende schema’s worden de criteria uiteengezet voor de gevallen waarin verscherpt onderzoek vereist is.

Natuurlijk persoon: Cliënt niet fysiek aanwezig of

Vermoeden witwassen of financieren terrorisme of

Verhoogd risico cliënt (zie par. 4.2.1) en/of

Verhoogd risico zakelijke relatie of transactie (zie par. 4.2.2) en/of

Cliënt woonachtig of gevestigd in land met verhoogd risico (zie par. 4.2.3) en/of

Indien cliënt zonder Nederlandse nationaliteit of wonend buiten Nederland: PEP status (zie * hieronder)

Rechtspersoon: Vermoeden witwassen of financieren van terrorisme of

Verhoogd risico cliënt (zie par. 4.2.1) en/of

Verhoogd risico zakelijke relatie of transactie (zie par. 4.2.2) en/of

Cliënt gevestigd in land met verhoogd risico (zie par. 4.2.3) en/of

Indien UBO zonder Nederlandse nationaliteit of wonend buiten Nederland: PEP status (zie * hieronder)

Trustee: Indien trustee natuurlijk persoon: trustee niet fysiek aanwezig of

Vermoeden witwassen of financieren terrorisme of

Verhoogd risico trustee (zie par. 4.2.1) en/of

Verhoogd risico zakelijke relatie of transactie (zie par. 4.2.2) en/of

Trustee woonachtig of gevestigd in land met verhoogd risico (zie par. 4.2.3) en/of

Indien trustee natuurlijk persoon zonder Nederlandse nationaliteit of wonend buiten Nederland: PEP status (zie * hieronder)

Indien UBO zonder Nederlandse nationaliteit of wonend buiten Nederland: PEP status (zie * hieronder)

Personenvenootschap: Vermoeden witwassen of financieren terrorisme of

Verhoogd risico personenvennootschap (zie par. 4.2.1) en/of

Verhoogd risico zakelijke relatie of transactie (zie par. 4.2.2) en/of

Personenvennootschap gevestigd in land met verhoogd risico (zie par. 4.2.3)

Indien UBO zonder Nederlandse nationaliteit of wonend buiten Nederland: PEP status (voor het checken of sprake is van een PEP-status wordt internet en/of een business information service geraadpleegd)


4.2. Toelichting criteria met betrekking tot cliënt, zakelijke relatie of transactie en land van vestiging

In deze paragraaf worden de criteria uitgewerkt voor de risicogevoeligheid voor witwassen en/of terrorismefinanciering van het type cliënt (4.2.1.), zakelijke relatie of transactie (4.2.2.) en land van vestiging (4.2.3.).

4.2.1. Toelichting risico cliënt

Onder meer de volgende omstandigheden kunnen leiden tot een verhoogd risico voor een cliënt:

  • cliënten waar veel contant geld beschikbaar is (bijvoorbeeld antiekhandelaar, casino’s, wisselkantoren, autohandelaren, juweliers, botenhandelaren);
  • cliënten die onjuiste of onvolledige informatie verschaffen of twijfel bestaat over de juistheid van de verstrekte informatie of volledigheid daarvan;
  • cliënten waarbij sprake is van (eenmalige) complexe spoedeisende dienstverlening zonder aanwijsbare reden;
  • cliënten die beschikken over vermogen waarvan de herkomst onduidelijk is;
  • (nieuwe) cliënten afkomstig van buiten de regio zonder dat hiervoor een verklaring aanwezig is;
  • cliënten met een onduidelijk of wisselend vestigingsadres zonder dat hiervoor een verklaring aanwezig is;
  • cliënten waarbij de bedrijfsactiviteiten onduidelijk zijn of die gebruik maken van tussenpersonen waarvan de rol onduidelijk is, geen direct contact met de cliënt bij de aanvang van de relatie en daarna, wanneer dit wel voor de hand zou liggen;
  • onduidelijkheid over de wisseling van eigendom of over de activiteiten van de onderneming;
  • veelvuldige wijziging van de juridische structuur van de cliënt;
  • directie lijkt te handelen op instructie van onbekende partij(en);
  • cliënten met een niet verklaarbare voorkeur voor buitenlandse rechtsvormen;
  • ondernemingen waarvan in de praktijk is gebleken dat ze mogelijk als dekmantel voor criminele activiteiten kunnen fungeren (bijvoorbeeld autoschadebedrijven, pizzeria’s, snackbars, autopoets-bedrijven, Oosterse toko’s, videotheken, afvalverwerkingsbedrijven, seksbranche, massagesalons, hotelkamerverhuur);
  • horeca ondernemingen, belwinkels, kamerbemiddelingsbureau’s, hotels en voetbalmakelaars;
  • ondernemingen die handelen in drugs gerelateerde producten (growshops, coffeeshops, smartshops, headshops en seedshops);
  • schildersbedrijven en bouwbedrijven (in verband met zwarte omzet en/of mogelijk steekpenningen/smeergelden);
  • cliënten die in autobanden, schroot, computeronderdelen of mobiele telefoons handelen (i.v.m. BTW carrouselfraude).
  • 4.2.2. Toelichting risico zakelijke relatie (product of transactie)
  • Onder meer bij de volgende zakelijke relaties of transacties kan sprake zijn van een verhoogd risico:
  • transacties die niet passen bij de normale activiteiten van de cliënt;
  • het opzetten van een onderneming die niet past bij de cliënt;
  • bereidheid van cliënt om ongewoon hoge tarieven te willen betalen;
  • grote internationale betalingen zonder duidelijke zakelijke reden;
  • het opzetten van internationale structuren die eigendom of economisch belang verhullen bijvoorbeeld door gebruikmaking van trust, rechtspersonen met aandelen aan toonder enzovoort;
  • het ontvangen van betalingen van onbekende partijen;
  • gebruik van lege of slapende vennootschappen: vennootschappen waarvan het kapitaal niet volgestort is of activa niet echt bestaan of verborgen zijn, of de boekhouding ontbreekt of geen activiteiten in worden ontplooid;
  • advisering over kasgeldvennootschappen;
  • gebruik van “nominees”: de natuurlijke persoon, rechtspersoon of begunstigde die is benoemd of aangewezen om voor een ander te handelen;
  • aandelentransacties waarbij de waarde van de aandelen moeilijk bepaalbaar is;
  • vastgoedtransacties zoals beschreven in het FEC rapport misbruik vastgoed;
  • cliënten die gebruik maken van financiering buiten de reguliere financiële sector (bijvoorbeeld contante) geldleningen (van familie) uit het buitenland / ondergronds bankieren).

4.2.3. Toelichting risico land van vestiging

De volgende geografische risicofactoren kunnen een hoog risico op witwassen en het financieren van terrorisme met zich brengen:

- Staten die volgens geloofwaardige bronnen significante niveaus van corruptie of andere criminele activiteiten hebben. De lijst is de Corruption Perceptions en bestaat uit diverse staten met een bijbehorende “confidence range” (score, zie voor de meest recente lijst www.transparency.org). Deze index betreft corruptie in de overheid en publieke sector. Een land met een overheid en publieke sector die laag scoort op deze index zal ook in overige delen van de maatschappij corrupt gedrag vertonen en derhalve gevoelig zijn voor witwaspraktijken. Ons kantoor beschouwt staten met een score lager dan 60 als staten die een risico op witwassen met zich brengen.

•   Staten die volgens geloofwaardige bronnen geen effectieve systemen voor de bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering hebben (zie woon- of vestigingslanden die op de lijst van “High-risk and non cooperative jurisdictions” van de FATF (deze lijst wordt meer keren per jaar bijgewerkt, zie www.fatf-gafi.org).

•   Staten waarvoor sancties, embargo’s of soortgelijke maatregelen van bijvoorbeeld de Europese Unie of de Verenigde Naties gelden bijvoorbeeld vanwege het financieren of ondersteunen van terroristische activiteiten, of staten op het grondgebied waarvan als terroristisch aangemerkte organisaties actief zijn.

(zie http://eeas.europa.eu/cfsp/sanctions/docs/measures, European Commission – Restrictive measures in force (Article 215 TFEU)).

4.3. PEP status

Een PEP is een persoon als bedoeld in de Uitvoeringsrichtlijn, tenzij deze de bedoelde functie langer dan één jaar geleden voor het laatst bekleedde, alsmede diens directe familie (de echtgenoot of echtgenote, een partner die naar nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt aangemerkt, de kinderen en hun echtgenoten of partners, de ouders) en naast geassocieerden (een natuurlijke persoon van wie bekend is, dat deze met een PEP de gezamenlijke uiteindelijke begunstigde is van juridische entiteiten of juridische constructies of met genoemde persoon andere nauwe zakelijke heeft, een natuurlijke persoon die alleen de juridische begunstigde is van een juridische entiteit of juridische constructie waarvan bekend is, dat deze is opgezet ten behoeve van de feitelijke begunstiging van de in lid 1 genoemde persoon). De nadruk in de omschrijving van de naast geassocieerden ligt op de zinsnede “van wie bekend is”. Naar de aanwezigheid van een naast geassocieerde hoeft geen actief onderzoek ingesteld te worden. De vraag of een cliënt een direct familielid is van een “hoofd-PEP” (bijvoorbeeld een hoge legerofficier) moet wel actief onderzocht worden).

Indien de PEP buiten Nederland woont of in Nederland woont doch niet de Nederlandse nationaliteit bezit, is verscherpt cliëntenonderzoek verplicht. Het gaat om de volgende personen (dit zijn de ‘hoofd-PEP’s’):

  • staatshoofden, regeringsleiders, ministers en staatssecretarissen;
  • parlementsleden;
  • leden van hooggerechtshoven, constitutionele hoven en andere hoge rechterlijke instanties die arresten wijzen waartegen doorgaans geen verder beroep mogelijk is;
  • leden van rekenkamers of van directies van centrale banken;
  • ambassadeurs, zaakgelastigden en hoge legerofficieren;
  • leden van bestuurs-, leidinggevende of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven.
  • Middelbare of lagere ambtenaren vallen niet onder de hiervoor genoemde categorieën. Onder de eerste vijf genoemde categorieën vallen, waar toepasselijk, ook posten op internationaal niveau, waaronder EU-niveau.
  • Indien er op grond van concrete aanwijzingen of vermoedens sprake kan zijn van een PEP, wordt de betreffende naam gecontroleerd met een zoekmachine op het internet of met een daarvoor bestemde internationale commerciële database.

4.4. Schematische weergave

Hieronder wordt schematisch weergegeven hoe het verscherpt onderzoek dient plaats te vinden.

[[PASTING TABLES IS NOT SUPPORTED]]

[[PASTING TABLES IS NOT SUPPORTED]] [[PASTING TABLES IS NOT SUPPORTED]] [[PASTING TABLES IS NOT SUPPORTED]]


4.5. Monitoring

Zoals beschreven in 2.6 dient een cliënt en zijn handelen regelmatig gemonitord te worden op veranderingen in het risicoprofiel. Wijzigingen in de hiervoor aangegeven criteria voor een verscherpt cliëntenonderzoek (schema’s 4.1 t/m 4.4 c.q. 5.1 t/m 5.4) kunnen aanleiding vormen om de frequentie en intensiteit van het monitoren te verhogen.

5. Procedure interne melding mislukt cliëntenonderzoek en interne melding ongebruikelijke transactie

De WWFT verplicht ons kantoor tot onverwijlde melding van een verrichte of voorgenomen “ongebruikelijke transactie” aan de Financial Intelligence Unit – Nederland (FIU-NL). Ook geldt een meldplicht in het geval dat het cliëntenonderzoek (bij nieuwe dan wel bestaande cliënten) niet de door de wet voorgeschreven gegevens heeft opgeleverd (bijv. de identiteit van de UBO kon niet worden vastgesteld), en er tevens ’indicaties‘ zijn van betrokkenheid bij witwassen of terrorismefinanciering.

Onverwijld wil zeggen zo snel mogelijk, doch in ieder geval binnen 14 dagen na vaststelling van het ongebruikelijke karakter van de transactie. Dit betekent dat professionals werkzaam voor ons kantoor in aanmerking komende situaties zo snel mogelijk intern moeten melden aan de Directie van ons kantoor. De Directie van ons kantoor zal na controle en overleg zo nodig zorg dragen voor de melding aan de FIU-NL. De betrokken cliënt noch anderen mogen over een mogelijke interne of externe melding geïnformeerd worden.

Uit de regelgeving blijkt dat sprake is van een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie bij aanwezigheid van één of meer van de volgende indicatoren:

Objectieve indicator: Contante transactie van € 15.000,- of meer betaald aan of door tussenkomst van ons kantoor.

Subjectieve indicator: Feiten en omstandigheden die aanleiding geven om te veronderstellen dat sprake kan zijn van witwassen of het financieren van terrorisme.

Witwassen is omschreven in het Wetboek van Strafrecht. Kort gezegd gaat het om het verwerven, verbergen, vervreemden, gebruiken of het voorhanden hebben van hetgeen (vermoedelijk) uit misdrijf afkomstig is en/of het verhullen van de rechthebbende(n) daarop.

Het financieren van terrorisme is strafbaar gesteld als een zelfstandig misdrijf. Praktisch gesproken zullen instellingen verhoogde aandacht moeten geven aan geconstateerde of voorgenomen geldstromen naar personen en/of organisaties in landen waarvan publiekelijk bekend is dat terrorisme voorkomt.

Het ‘ongebruikelijke’ wijst uitsluitend op het mogelijke witwassen of de mogelijke terrorismefinanciering. Een transactie die bij een cliënt of in de branche vaker voorkomt, is daardoor niet zonder meer gebruikelijk.

Het voorgaande betekent dat alle situaties waarin sprake is of kan zijn van steekpenningen (vaak vermomd als facility payments, commissies, contante betalingen, kick backs), fraude, belastingfraude, zwart geld, geldstromen naar personen en/of organisaties die zich bezig houden met terrorisme, wijzen op een mogelijke ongebruikelijke transactie. Het is daarbij niet relevant of cliënt of diens wederpartij zich zelf schuldig maakt aan een misdrijf of slechts passief betrokken was.

6. Voorbeelden

Waarneming door accountant die samenstellingsopdracht van een jaarrekening verricht ten behoeve van een cliënt (DEF) van diverse contante betalingen. Uit de administratie blijkt dat de directeur van DEF aanmerkelijke kasopnamen heeft gedaan in het casino. De opnamen zijn gedaan met de bankpas van DEF. Tevens zijn er contante betalingen van enkele tienduizenden euro’s aan Roemeense en Russische ondernemingen, gedaan ten titel van ‘commissie’. Er is ook een contante betaling van € 40.000 aan een Roemeens bedrijf, waarvoor in de administratie een creditfactuur is opgenomen met de omschrijving ‘commission and costs’. De Raad van

Tucht oordeelt dat er sprake is van ongebruikelijke transactie(s).

Significante omzetstijging van 462%.Gebruik van valse facturen. BTW fraude. Accountant heeft nagelaten ongebruikelijke transacties te melden.

Kasgeldvennootschappen zijn vennootschappen die geen activiteiten meer ontplooien en als gevolg van de verkoop van hun activa over een hoog kas of banksaldo beschikken. Door fiscale verplichtingen in de vennootschap te creëren, valt de materiële belastingschuld weg waardoor de gereserveerde liquide middelen vrijkomen. Een bekende constructie is het creëren van deze fiscale verplichtingen door het inbrengen van (gefingeerde) immateriële activa (bijvoorbeeld intellectuele eigendom of mijnrechten).

X B.V. oefent een autobedrijf uit (verkoop en onderhoud van auto’s). Eigenaar van X BV is de heer X. Familieleden van X verstrekken contante leningen aan X B.V., variërend van € 15.000 tot € 20.000. De familieleden van X zijn geen eigenaar van X B.V. De contanten worden in de kas van de onderneming gestort. Van de leningen worden leningsovereenkomsten opgemaakt. In dergelijke gevallen dient de accountant, belastingadviseur of administratiekantoor na te gaan wat de herkomst is van deze contante leningen en of het gebruikelijk is dat de familieleden over veel contant geld beschikken. Deze situatie kan duiden op het teruglenen van afgeroomde omzet. Ook kan het een witwasoperatie zijn, waarbij de gelden afkomstig zijn uit mogelijke criminele bron en na het terugbetalen van de leningen de gelden een legale status hebben gekregen.